Woordenlijst onderwijstermen

In het onderwijs worden soms begrippen gebruikt die niet voor iedereen bekend zijn. Op deze pagina vind je een verklarende woordenlijst.

Academische Lerarenopleiding Primair Onderwijs (alpo)

Met je vwo-diploma op zak kun je deze combinatie van de universitaire studie Onderwijskunde en de hbo-opleiding Leraar Basisonderwijs (pabo) volgen. Het programma is zwaarder dan een gemiddelde universitaire studie en je moet als student de ambitie en motivatie hebben om hard te werken. Je volgt de Academische Lerarenopleiding Primair Onderwijs (alpo) deels aan Universiteit Utrecht en deels aan Hogeschool Utrecht: na vier jaar studie vertrek je met maar liefst twee diploma’s op zak en alle kennis die jou tot een allround leraar basisonderwijs maakt! Door de combinatie van een universitaire studie en een hbo-opleiding beschik je over zowel wetenschappelijke als praktische competenties. Dit Utrechtse initiatief tot een academische opleiding voor leerkrachten in het basisonderwijs is uniek in Nederland. Meer informatie over de alpo.  

Dalton

Bij Daltononderwijs ligt de nadruk op keuzevrijheid voor de leerling, samenwerking met andere leerlingen en de ontwikkeling van zelfstandigheid. De taak, een werkafspraak tussen leerling en leraar is hierbij het belangrijkste hulpmiddel. Vrijheid is belangrijk om je als kind te kunnen ontwikkelen op een manier die bij je past. Een kind moet echter leren om te gaan met die vrijheid. Door te werken aan taken krijgen kinderen grenzen aangeboden waarbinnen ze keuzes kunnen maken.

Early Englisch curriculum

Als je kiest voor deze dagopleidingsvariant van de opleiding tot leraar basisonderwijs, word je in vier jaar opgeleid tot de beste leraar met een mooie plus: je specialiseert je in Engels. Je studeert af op B2-niveau Engels (taalvaardigheidsniveau volgens Europese normen). Daarna specialiseer je je in het International Primary Curriculum (IPC). Dat is modern, kindgericht onderwijs waarmee internationale scholen in veel landen werken.

Freinet

Bij Freinet vindt het onderwijs niet plaats aan de hand van vaste methodes, maar vertrekt het vanuit de ervaringen en belevingen van de kinderen. De leraar en de groep zorgen er samen voor dat hier zinvol mee gewerkt kan worden.

Jenaplan

Zelfstandigheid is belangrijk in het Jenaplan-onderwijs, in combinatie met het werken in en presteren als groep. In het Jenaplanonderwijs staan kringen, viering, werken en spelen centraal. Meerdere leerjaren worden gemengd in een klas, die vervolgens weer in verschillende klassen wordt gesplitst.

Montessori

Belangrijkste kenmerken van De Methode zijn: vrijheid, zelfstandigheid en heterogeniteit. Kinderen zijn actieve en onderzoekende wezens. Grondslag van Montessori is: help mij het zelf te doen. Wanneer een kind op school komt, brengt het zijn eigen ‘bagage’ mee: een eigen aanleg, een eigen werktempo en een diversiteit aan behoeften. Op een montessorischool kiezen de kinderen in vrijheid wat ze die dag gaan doen, waar ze dat willen doen en met wie en zij kiezen het materiaal daarbij uit. Daarbij moeten zij leren om rekening te houden met elkaars vrijheid.

>Vind je opleiding
x<

Navigator